Zorgbemiddeling Haaglanden
De zorgbemiddelaar is als het ware de voordeur van het Expertiseteam Complexe Zorg. Samen met degene die contact opneemt, wordt bekeken hoe het best geholpen kan worden bij de vraag of situatie die voorgelegd wordt. Zo kan de zorgbemiddelaar aansluiten bij bestaande groot overleggen of een casuïstiekbespreking om mee te denken bij complexe vraagstukken. Ook kan de zorgbemiddelaar doorverwijzen naar het juiste loket, wanneer de vraag niet thuishoort bij het Expertiseteam Complexe Zorg. Ook wordt ondersteuning geboden bij de toeleiding naar de Experttafel of Zorglogistiek. In het proces voor, tijdens en na een bespreking bij deze overleggen, heeft de zorgbemiddelaar een ondersteunende rol bij het organiseren van de geadviseerde hulp. De regie blijft hierbij bij de verwijzer.

Cijfers
In dit verslag treft u de cijfers aan van het tweede halfjaar van 2025 voor de Zorgbemiddeling Haaglanden. De cijfers betreffen hier enkel de vragen buiten de aanmeldingen voor de Experttafel en Zorglogistiek om.

Totaal aantal consultvragen
In totaal zijn er 167 vragen gesteld aan de Zorgbemiddeling in een half jaar tijd, waarbij verreweg de meeste vragen betrekking hebben op jongeren die als woonplaatsbeginsel Den Haag hebben.

Soort vragen
We hebben de vragen in vier categorieën verdeeld; financiële vragen, passend zorgaanbod, samenwerking en overig, waarbij verreweg de meeste vragen gesteld worden over passend zorgaanbod.
Passend zorgaanbod
Het betreft hier vragen om op inhoud mee te denken over wat goed zou zijn voor een jeugdige, het vinden van een plek voor verblijf of behandeling of een ambulante vorm van zorg. De vragen die aan de zorgbemiddelaar gesteld worden, worden anoniem besproken. Het antwoord dat gegeven wordt op de gestelde vraag, is gebaseerd op de door de verwijzer mondeling of anoniem schriftelijk verstrekte informatie. De zorgbemiddelaar heeft hierbij geen inzage in inhoudelijke (dossier)stukken.
De meeste vragen (34) gaan over verblijfsplekken zoals een gezinsopname, moeder-kind plek, meiden specifieke groepen, driemilieuvoorzieningen, voorzieningen voor kinderen met een (lichte) verstandelijke beperking, logeerplekken, overbruggingsplekken en overige behandel- en verblijfsplekken. Hierbij wordt de zorgbemiddelaar gevraagd om mee te denken over de vraag wat een passende plek zou kunnen zijn. Ook worden vaak vragen gesteld over plaatsingsroutes en de vraag bij welke zorgaanbieder het eerst plek is. Deze laatste vraag is niet te beantwoorden vanuit het Expertiseteam Complexe Zorg. Er is hier vandaan geen zicht op de actuele wachttijden bij een zorgaanbieder. Hiervoor moet contact worden opgenomen met de desbetreffende zorgaanbieder. Verder zien we dat er regelmatig vragen gesteld worden over een crisisplek (19), vragen over (beschikbare) gezinshuizen (14), vragen omtrent 18-/18+ jeugdigen voor wie (veelal) een WMO-plek gezocht wordt of een plek ter overbrugging van de wachtlijst (7).
Bij 16 vragen is gevraagd om inhoudelijk mee te denken in een casus, zowel in wat een passend traject kan zijn als wat een passende vorm van zorg is. Bij de helft van de vragen heeft het geresulteerd in het toezenden van een aanmeldformulier voor de Experttafel, omdat het een complexe zorgvraag betrof die niet enkelvoudig te beantwoorden was. Bij deze tafel wordt breed meegedacht en er wordt een inhoudelijk onderbouwd advies gegeven.
15 vragen gaan over dagbesteding en onderwijs. Het betreft meestal kinderen die vanwege ingewikkelde problematiek niet terecht kunnen binnen de reguliere dagbestedingsprojecten of het regulier of speciaal onderwijs. Er wordt dan gezocht naar aanbieders die hun aanbod flexibel kunnen aanpassen rondom de jeugdige. Daarnaast zijn er vragen rondom inzet van (intensieve) ambulante zorg (7), merendeels in de thuissituatie. Er zijn 6 vragen binnengekomen over de GGZ van uiteenlopende aard. Zo zijn er vragen over specialistische GGZ met een specifieke expertise, een anderstalig sprekende therapeut of de inzet van systemische behandeling.
Financiële vragen
Dit betreft vragen die te maken hebben met financiering van de in te zetten zorg. De meeste hiervan gaan over het verlengen of inzetten van een niet-gecontracteerde aanbieder (32). De overige 8 gaan over het bereiken van een bestedingsruimte, vragen over financieringsroutes en vragen over tarieven van ambulante hulpverlening.
Samenwerking
Er is één vraag binnengekomen waarbij sprake was van een knelpunt in de samenwerking. Na bemiddeling vanuit het Expertiseteam konden de betrokkenen weer verder, waarbij zij in gezamenlijkheid een oplossing gevonden hebben voor hun vraagstuk.
Overige vragen
Dan zijn er ook nog vragen die zich niet laten indelen in een van de categorieën, waardoor we een categorie ‘overig’ hebben. Hiervoor zijn er in totaal 8 overige vragen binnengekomen in het afgelopen half jaar. Opvallend is dat het bijna allemaal vragen zijn voor een verzoek om deel te nemen aan een televisie-uitzending, interview, onderzoek en zelfs een werkstuk van scholieren; allen over complexe casuïstiek en vastgelopen hulpverlening. Dit laat zien dat er maatschappelijk op allerlei fronten aandacht is voor dit onderwerp. Het ECZ bekijkt per vraag zorgvuldig of er op de vraag ingegaan wordt en zo ja, hoe.

Vraagstellers 2025
De meeste vragen (32%) komen binnen vanuit de wijkteams/sociale teams (waarin de samenwerkingsverbanden Kracht en Rondom Jou van Den Haag ook meegeteld worden), gevolgd door Jeugdbescherming west (28%) en de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (14%).
Ter specificatie is het wijkteam/sociaal team te verdelen in 42% vanuit de randgemeenten, 47% vanuit Kracht en 11% van de vragen vanuit Rondom Jou. Vier vragen zijn onder ‘overig’ genoteerd. Het ging hierbij om een scholiere en onderzoekers, die niet gekoppeld zijn aan een specifieke zorgaanbieder, gecertificeerde instelling of wijkteam.
Wat valt op?
De meeste vragen betreft jongeren met het woonplaatsbeginsel Den Haag.
De medewerkers van de samenwerkingsverbanden van de gemeente Den Haag (Rondom Jou en Kracht) nemen meer dan eens contact met Zorgbemiddeling op om mee te denken over ambulant aanbod. Dit omdat de zorg niet vanuit henzelf geleverd kan worden.
Vragen over welke zorgaanbieders, en met welk aanbod, gecontracteerd zijn worden eveneens vaak gesteld. Hieruit ontstaat het beeld dat niet alle verwijzers weten waar deze informatie te vinden is (Startpunt Haaglanden of de productencatalogus op de website van het Service Bureau Jeugdhulp Haaglanden).
Het overgrote deel (63%) van de gestelde vragen gaat over een vorm van verblijfsplekken.
Naast de inhoudelijke vraag zit er regelmatig ook een stukje coaching en ondersteuning in naar de verwijzers. Dit betreft de stappen die ze (nog) kunnen nemen vanuit hun positie. Dit geldt ook voor de vraag “hoe vlieg je deze zaak nou aan?”. Het is een onderbelicht onderdeel van de Zorgbemiddeling. Onze focus ligt uiteraard op de jeugdige en de gewenste zorg, maar wij hebben ook oog voor de verwijzer als persoon en collega die met het gezin weer verder moet, soms nog lastige stappen moet zetten met een gezin, maar ook frustraties ervaart met wachtlijsten en knelpunten in de zorg. Verwijzers kunnen meegaan in de hectiek van het gezin en dan kan het fijn zijn als ze met ons een stuk kunnen vertragen om weer naar het proces te kijken. Vaak geeft dat weer nieuwe inzichten en helpt het hen om vanuit afstand opnieuw naar een situatie te kijken.
Conclusie
De binnengekomen vragen bij de Zorgbemiddeling zijn zeer divers, waardoor het lastig is om duidelijke trends te onderscheiden. Ze variëren van eenvoudige verzoeken (zoals een overzicht van gezinshuizen) tot vragen die betrekking hebben op jeugdigen die een complexe zorgbehoefte hebben en voor wie hulp wordt gevraagd. De kinderen zijn al vaker afgewezen, kunnen een (lange) wachttijd niet overbruggen, zijn al bij meerdere aanbieders in zorg geweest, hebben niet de vaardigheden om in een groep te functioneren en/of hebben een intensieve begeleidingsbehoefte. De jongeren dus die een unieke, individuele aanpak nodig hebben op de groep, op school en in het gezin, maar welke lastig vorm te geven is. Meer dan eens kijken verwijzers hierdoor ook naar niet gecontracteerde aanbieders, zeker wanneer zij verwachten dat gecontracteerde zorg geen mogelijkheden biedt. Verwijzers willen namelijk bovenal, zo snel als mogelijk, een oplossing vinden voor jeugdige bij wie zij betrokken zijn.








