De Regionale Experttafel Holland Rijnland (RET)

De Regionale Experttafel Holland Rijnland (RET) heeft een roerig jaar achter de rug. Er waren nietalleen hoofdbrekens over de aangemelde vraagstukken, maar ook over de bemensing. Gelukkig kan het jaar 2025 worden afgesloten met hoopgevende vooruitzichten naar 2026.

De dertien samenwerkende gemeenten die gezamenlijk de jeugdhulpregio Holland Rijnland vormen, hebben in 2021 besloten tot de oprichting van een Regionale Experttafel (RET). Dit als antwoord op de opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waarin gesteld wordt dat er voor ieder kind op korte termijn passende en waar mogelijk perspectief biedende hulp moet worden georganiseerd. Per 1 oktober 2022 is de RET operationeel.

De voorzitter, de gedragswetenschapper en de zorgbemiddelaar die verbonden zijn aan de RET, werken vanuit het Expertiseteam Complexe Zorg. Ook heeft een aanzienlijk aantal zorgaanbieders uit de regio zich verbonden aan de RET: ’s Heeren Loo, Ipse de Bruggen, Cardea, FamilySupporters, Rivierduinen, Curium, De Waag, Prodeba, Stichting ExpEx, iHub,  Schakenbosch en de Samenwerkingsverbanden voor speciaal onderwijs.

Aanmeldingen bij de RET worden gedaan door medewerkers van wijkteams, gecertificeerde instellingen en zorgaanbieders. Ook ouders en jongeren kunnen een aanmelding doen. Vaak wordt er eerst telefonisch contact opgenomen met de zorgbemiddelaar of gedragswetenschapper voor overleg. Wanneer zo’n telefonisch consult niet toereikend is, wordt afgesproken dat een aanmelding bij de RET gedaan wordt. Uit de aanmelding (formulier en verslaglegging) blijkt wat de vraag en achtergrond zijn, wat er al geboden is op het gebied van hulpverlening en behandeling en wat er al bevonden is wat betreft diagnostiek. Ook moeten de ouder(s) met gezag en de minderjarige vanaf twaalf jaar schriftelijk toestemming geven voor het uitwisselen van informatie voordat de aanmelding in behandeling genomen wordt.

Vanuit de praktijk blijkt dat lang niet alle aanmeldingen ook daadwerkelijk besproken worden bij de Regionale Experttafel. Er wordt vaak gekozen voor het organiseren van of aansluiten bij een groot overleg of ondersteuning via Zorgbemiddeling. Hierbij wordt afgewogen hoeveel informatie er is en in hoeverre het gewenst en nodig is dat er (opnieuw) een analyse gemaakt wordt van de beschikbare informatie. Ook wanneer snel een oplossing nodig is, wordt er niet altijd voor een tafelbespreking gekozen. Dit omdat er hierbij tijd nodig is voor het uitdenken en uitvoeren van een duurzaam plan. De RET wordt niet ingezet in situaties van crisis.

Het advies dat wordt opgesteld vanuit de RET, wordt besproken met de gezinsleden en degene die de aanmelding verzorgd heeft. Wanneer zij instemmen, wordt het advies uitgevoerd. De zorgbemiddelaar ondersteunt hierbij. Uitgangspunt is dat de hulpverlening die nodig is voor het uitvoeren van het advies, geboden wordt door de bij de RET aangesloten zorgaanbieders. Dat dit in de praktijk niet altijd soepel verloopt, blijkt later in dit artikel.

De kinderen achter de cijfers

Zoals hiervoor genoemd en ook te zien is in de tabellen, is er een aanzienlijk verschil tussen het aantal aanmeldingen dat gedaan wordt bij de RET (39 in 2025) en het aantal besprekingen aan tafel dat uiteindelijk plaatsvindt (11 in 2025). Het aantal groot overleggen (28) is ook hoger dan het aantal tafelbesprekingen. Hierbij speelt mee dat deze tafel gezien werd als “uiterste redmiddel”. Waarom hierin een verandering nagestreefd wordt, wordt beschreven in de vooruitblik aan het einde van dit artikel.

In het eerste en tweede kwartaal van 2025 was een aanzienlijk hoger aantal vervolg overleggen nodig dan in de tweede helft van 2025. Een vervolgoverleg is een bespreking die volgt na een tafelbespreking en adviesgesprek, vaak omdat de geadviseerde zorg niet op gang komt. In het eerste half jaar van 2025 was voor twee jeugdigen een proces van opschaling gaande dat al in het jaar ervoor ingezet was. Dit ging gepaard met veel gesprekken in allerhande samenstellingen. Nadat deze jongeren in zorg gekomen zijn, zijn er geen escalatieroutes meer ingezet. Gedurende het afgelopen jaar, maar ook in voorgaande jaren, zijn meerdere kinderen aangemeld met een combinatie van een (vermoeden van een) autisme spectrum stoornis, een jonge sociaal emotionele ontwikkelingsleeftijd en een lagere cognitieve ontwikkeling. Wanneer er hiernaast sprake is van ADHD of traumaproblematiek, is er vaak sprake van een hoge mate van impulsiviteit. Er is vaak al op jonge leeftijd sprake van uitval uit onderwijs, als het kind daar al wordt toegelaten. Hierop volgt een combinatie van periodes van thuiszitten afgewisseld met de inzet van dagbehandeling, dagbesteding of zorgboerderijen. Dit zijn altijd afgebakende trajecten terwijl deze kinderen voor lange tijd zorg nodig hebben. Dit legt een hoge druk op het gezin, omdat de opvoeding en verzorging van deze kinderen intensief zijn. Zij kunnen letterlijk geen moment alleen zijn. Naarmate de kinderen ouder worden, neemt het verzet tegen deze nabijheid vaak toe. Conflicten in de thuissituatie, problemen op straat, uitval op school en de ontwikkeling van delinquent gedrag zijn reële risico’s hierbij. Meerdere keren zijn radeloze ouders aangesloten bij de RET omdat zij zich geen raad meer wisten met de situatie. Dan is een verblijf van het kind elders, al dan niet tijdelijk, vaak nodig. Echter de verblijfszorg die hierin voorziet, is schaars.

Er zijn relatief veel vragen waarbij verslavingsproblematiek van het kind een rol speelt. Naast alle risico’s voor de gezondheid van het kind, levert dit vaak veiligheidsrisico’s op voor de omgeving. Agressie, wanen en grensoverschrijdend gedrag om aan middelen te komen zijn verschijnselen die kunnen optreden bij een kind dat intensief gebruikt. Voortzetten van het gebruik kan blijvende gezondheidsschade tot gevolg hebben, maar acuut stoppen ook. Ook is er vaak sprake van risicovolle contacten met dealers en financiers. Deze risico’s verhinderen het tot stand komen van passend zorgaanbod. Dan wordt gesteld dat eerst de verslavingsproblematiek behandeld moet zijn voordat andere zorgaanbieders het kind kunnen helpen. Een dergelijke behandeling komt niet van de grond als de jongere daar niet gemotiveerd voor is, er angst voor heeft of dermate in beslag genomen wordt door de verslaving dat er geen ingang voor gesprek is.

De cijfermatige informatie is terug te vinden in de bijlage.

Knelpunten

Door de combinatie van schaarste in financiële middelen en personeel enerzijds en de complexe problematiek (vaak met veiligheidsrisico’s) anderzijds, is het in de praktijk moeilijk om daadwerkelijk een goed passend en sluitend zorgaanbod te doen vanuit de bij de RET aangesloten zorgaanbieders. De wil om het goede te doen is groot. In 2025 en voorgaande jaren is gebleken dat, wanneer een oplossing uitblijft, het vraagstuk blijft liggen bij het kernteam van de RET (voorzitter, gedragswetenschapper en zorgbemiddelaar). In de nieuwe opdracht van de RET, die op 1 januari 2026 ingaat, zijn de afspraken aangescherpt op dit punt.

Een terugkerend knelpunt is het tekort aan zorgaanbod. Hiervan is in ernstige mate sprake bij een aantal zorgvormen. Te denken valt aan verschillende vormen van verblijf en kinderdienstencentra (KDC’s) maar ook behandelplekken met verblijf voor kinderen die risicovol en complex gedrag laten zien. Door de veranderde visie op de inzet van JeugdzorgPlus en de afbouw hiervan, wordt gezien dat kinderen met complexe problematiek nog meer buiten de boot vallen dan voorheen. Over de tekorten aan zorgaanbod wordt meer specifiek gerapporteerd aan de regio’s zelf.

De zogenaamde “alternatieven” voor JeugdzorgPlus zijn in ontwikkeling, maar in aanbod en omvang niet voldoende om alle kinderen die het nodig hebben de zorg aan te bieden. De ontwikkeling van dit zorgaanbod kost tijd en gaat gepaard met obstakels. Niet alleen in Holland Rijnland maar in het hele land zijn in 2025 dergelijke initiatieven van de grond gekomen, vaak na langdurige en intensieve ontwikkelprocessen. De alternatieven voor JeugdzorgPlus zijn vaak kleinschalige woonlocaties in woonwijken die “zo thuis mogelijk” zijn. Omdat er maximaal zes jeugdigen mogen wonen (en vaak minder) en zij allen een intensieve begeleidingsvraag hebben, is dit kostbare zorg. Ook zijn er uitdagingen op het gebied van de veiligheid, zowel die van de jeugdigen als van de mensen om hen heen. Immers de verleidingen van de samenleving liggen om de hoek en het maken van verstandige keuzes is iets dat de jongeren met vallen en opstaan leren, als dat al lukt. Dit zelfde geldt voor het reguleren van hun gedrag en emoties. De onveiligheid die hun gedrag met zich kan meebrengen, komt hierdoor dichter bij de samenleving. Dit vraagt van de jongeren, hun netwerk, medewerkers van de groep én de buren veel verdraagzaamheid.

Ook in Holland Rijnland is een kleinschalige woonlocatie geopend door Cardea. De woning is bestemd voor jeugdigen die (waarschijnlijk) in een locatie voor JeugdzorgPlus komen of hier al verblijven. Het uitgangspunt is dat wat de jeugdige ook doet of laat, hij of zij niet weggestuurd wordt. Het team opereert hierbij in een spanningsvol veld. Immers naast het individuele welbevinden van de jeugdigen, is er sprake van een groepsdynamiek en een samenleving. De onvoorwaardelijkheid van het team wordt danig op de proef gesteld. Deze proeve is tot nu toe goed behaald.

Net als in andere regio’s, spelen er vraagstukken rondom de fase “van 18- naar 18+”. De vraag of zorg vanuit de verlengde jeugdhulp of de WMO betaald moet worden, vraagt om duidelijke afspraken die bij alle verwijzers en zorgaanbieders bekend zijn. Deze afspraken zijn niet altijd duidelijk, waardoor er tijd verloren gaat met het vinden van het antwoord op de vraag welke regeling aan zet is. De RET is ook handelingsverlegen in deze, omdat het gemeentelijke regelingen betreft. In feite geldt hetzelfde voor zorg die vanuit de WLZ gefinancierd moet worden. De aanvraagprocedure hiervoor is ingewikkeld en tijdrovend en wanneer deze afgewezen wordt, krijgt het kind geen zorg. Wanneer de aanvraag toegekend wordt, heeft de RET weinig mogelijkheden om te ondersteunen. De toeleiding naar zorg vanuit de WLZ vindt namelijk plaats via het Zorgkantoor.

Van afwijzing naar perspectief

Hoe de Experttafel samen met partners een doorbraak realiseerde

Je bent 16 jaar, je ouders zijn gescheiden, je levensrugzak zit overvol met herinneringen en gebeurtenissen die je liever niet had meegedragen en je bent al enkele keren flink teleurgesteld door je ouders én door hulpverleners die je niet begrijpen. Dan kan het gebeuren dat je gedrag laat zien waarmee je wilt uitleggen hoe wanhopig je bent. Maar dat niemand dit begrijpt en je vooral bestempelt als “moeilijk”, “lastig” en “niet te hanteren”.

Het overkwam Zoë. Ze werd aangemeld bij de Regionale Experttafel, omdat ze op een crisisplek verbleef waar ze niet langer kon blijven en ze nergens anders terecht kon. De gezinscoach had haar bij allerhande zorgaanbieders aangemeld maar overal werd ze afgewezen: “te moeilijk”, “te beperkte motivatie”, “te lange wachtlijst”, “problematiek past niet bij werkwijze”, enzovoort.

Bij de tafelbespreking wordt het al snel duidelijk: één zorgaanbieder kan niet alle benodigde zorg geven. Maar in samenwerking én met enige creativiteit, lukt het wel. De lokale zorgaanbieder voor jeugdhulp biedt een verblijfsplek aan, die in de reguliere vorm niet voldoet aan wat Zoë nodig heeft. Maar door de inzet van extra begeleiding én door een samenwerking met de zorgaanbieder voor GGZ, ontstaat er een plan waar alle betrokkenen vertrouwen in hebben. Zoë heeft nog een weg te gaan. Maar het is een weg geworden die geleid wordt door nieuwe hoop, in plaats van door kuilen en afzettingen.

Dilemma’s

Jeugdzorgwerkers willen helpen. Alleen de vraag hoe goed te helpen, is moeilijk te beantwoorden wanneer het kind of gezin niet geholpen wil worden. Ook is het moeilijk om het goede te doen als een kind of jongere heel risicovol gedrag laat zien. Gedurende het jaar 2025 zijn er meerdere jongeren aangemeld bij wie hiervan sprake is. Dit risicovolle gedrag bestaat bijvoorbeeld uit excessief drugsgebruik of zelfverwonding en suïcidaliteit. Dit gedrag roept op dat hulpverleners hen willen beschermen, door hen ergens onder te brengen waar ze niet weg kunnen. Echter in een “opgesloten situatie” zoals in de JeugdzorgPlus, kan juist een toename van een strijd om autonomie ontstaan, waardoor de problematiek alleen maar ernstiger wordt. Hierdoor is er geen ruimte om aan het werk te gaan met de onderliggende problematiek en de vraag wat er voor nodig is om het risicovolle gedrag te behandelen. Dit is één van de redenen waarom de JeugdzorgPlus in afbouw is.

Zeker wanneer jongeren bijna meerderjarig worden, ontstaan vaak patronen van “brandjes blussen”: crises worden bezworen maar niet doorbroken. Er is in aard en omvang nog niet voldoende goed toegerust zorgaanbod voor deze jongeren, ook in verband met de verschillende financieringsbronnen die verbonden zijn aan deze zorg (zie hierna). Echter ook is het nodig dat zorgprofessionals én de samenleving de risico’s gaan verdragen die horen bij de nieuwe werkelijkheid van de jeugdzorg, die bestaat uit ander zorgaanbod, schaarser zorgaanbod en personele krapte.

In de zorg voor jongeren die bijna achttien jaar worden, is het nodig dat er aandacht is voor de vraag vanuit welke wet en dus financieringsvorm de zorg verleend wordt. Voorliggend is de WMO, echter deze zorg is niet altijd toereikend voor jongeren die net 18 jaar geworden zijn. Verlengde jeugdhulp kan onder voorwaarden worden toegekend. Complicerende factor hierbij is dat er over de voorwaarden en de mate waarin daaraan voldaan wordt, veel ruimte is voor discussie. Het organiseren van zorg wordt hierdoor nog ingewikkelder.

Vooruitblik

Bij de start van de Regionale Experttafel, is uitgebreid stilgestaan bij de kaders waarbinnen de tafel kan opereren. De RET heeft hierbij enkele mandaten gekregen, met name op het gebied van de inzet van zorg waarvoor een budgetplafond geldt of waarvoor geen contract is. Deze afspraak is gemaakt vanuit de visie dat financiën geen belemmering mogen zijn bij de inzet van de zorg die nodig is volgens het advies van de RET. Echter het risico dat hiermee gepaard gaat, is dat aanmeldingen gedaan worden om de reguliere routes voor het aanvragen van zorg te vermijden. Daarom is de RET gezien als “uiterste redmiddel”; een middel dat pas ingezet wordt als alle voorliggende opties niet tot oplossingen geleid hebben.

In 2025 is het functioneren van de RET geëvalueerd; in gesprekken tussen de gemeenten, Serviceorganisatie Zorg, RET/Expertiseteam en de zorgaanbieders. Hierin is vastgesteld dat het in een aantal situaties goed lukt om, in samenwerking met de zorgaanbieders, adviezen te geven en uit te voeren die goed aansluiten bij de vraag van het gezin. Dit betreft met name situaties waarin het kind thuis woont en het ook de wens is dat dit zo blijft. In andere situaties is het niet of niet naar tevredenheid gelukt om binnen een acceptabele termijn te komen tot een duurzaam plan. Hiervan is doorgaans sprake als er een verblijfsplek nodig is en de jeugdige zeer risicovol gedrag naar zichzelf en/of de omgeving laat zien. De bevindingen vanuit de evaluaties zijn verwerkt in de nieuwe opdracht voor de RET die ingegaan is op 1 januari 2026. Dit heeft geleid tot een aantal aangescherpte afspraken.

Zo is afgesproken dat er meer aandacht is voor het hele gezin en niet alleen voor het aangemelde kind. Achterliggende gedachte is dat de problematiek van het kind onlosmakelijk verbonden is met de patronen die in het gezin ontstaan zijn. De RET heeft hierbij expliciet aandacht voor de draagkracht van de gezinsleden. Ook is de visie veranderd van “de RET als uiterste redmiddel” naar “de RET als er nog ruimte is”. Oftewel: aanmeldingen worden gedaan wanneer er nog ruimte is in tijd en draagkracht voor het uitdenken, uitwerken en uitvoeren van een duurzaam plan. Ook wordt de RET opengesteld voor aanmeldingen van kinderen die al langdurig intensieve zorg krijgen zonder dat er veel ontwikkeling waargenomen wordt, voor kinderen die verblijven op een plek zonder dat ze weten waar ze daarna naartoe gaan en voor kinderen die in JeugdzorgPlus verblijven en daarna nergens terecht kunnen. Uitgangspunt is dat een kind niet eerder verhuist naar een (andere) verblijfsplek dan wanneer er een duurzaam en integraal plan is, dat wordt uitgevoerd door de zorgaanbieders die aangesloten zijn bij de RET. Hierbij wordt een meer intensieve betrokkenheid van het onderwijs nagestreefd. Ook zijn er afspraken geformuleerd over de taken, rollen en verantwoordelijkheden in de samenwerking rondom de RET. Dit is gedaan voor de reguliere samenwerking en voor situaties waarin een opschaling nodig is omdat een oplossing uitblijft.

De RET heeft enkele maanden een vacature gehad voor de functie van de voorzitter. De taken zijn waargenomen. Positief is dat de nieuwe voorzitter in aantocht is en per 1 maart 2026 het team komt versterken.
Het is prettig om met een positief verhaal af te sluiten. Het verhaal van Zoë is hier een voorbeeld van.

Wil je meer weten en lezen?

Selecteer hieronder een onderwerp.

Voorwoord

Dit jaarverslag toont onze inzet voor kwetsbare jongeren en gezinnen in 2025.

Wie we zijn als team

Het Expertiseteam Complexe Zorg is een onafhankelijk team voor complexe jeugdzorgvragen.

Regionale Experttafel Holland Rijnland

De regionale experttafel Holland Rijnland sluit 2025 af met hoopvolle vooruitzichten voor 2026.

Ontwikkelingen ECCJ in 2025

Per 1 januari 2025 startte het Expertisenetwerk Complexe Casuïstiek Jeugd in regio Midden-Holland.

Experttafel Haaglanden

Het jaar 2025 is een bewogen jaar voor de Experttafel Haaglanden geweest.

Zorglogistiek Haaglanden

Passende zorg, of beter gezegd zorg passend maken, is de belangrijkste taak van Zorglogistiek.

Zorgbemiddeling Haaglanden

De zorgbemiddelaar is als het ware de voordeur van het Expertiseteam Complexe Zorg.

Coördinatie JeugdzorgPlus in 2025

Jeugdzorg Nederland heeft voor de JeugdzorgPlus het land opgedeeld in vijf regio’s.

Plaatsingscoördinator regio Zuidwest

De PCZW verbindt de regionale vraag met het aanbod van JeugdzorgPlus.