De Plaatsingscoördinator van regio Zuidwest over 2025

JeugdzorgPlus is gesloten jeugdhulp voor jongeren met zeer ernstige en complexe problemen, voor wie lichtere vormen van zorg niet meer toereikend zijn. Het is de enige vorm van jeugdhulp waarbij het inzetten van vrijheidsbeperkende maatregelen wettelijk is toegestaan, zoals het sluiten van deuren, fouilleren of het beperken van telefoon- en internetgebruik.

Aanmeldingen en plaatsingen behoren tot de verantwoordelijkheid van Jeugdzorg Nederland.

Jeugdzorg Nederland heeft het land opgedeeld in vijf verschillende regio’s. In iedere regio is een Plaatsingscoördinator aangesteld. Voor onze regio is dit de Plaatsingscoördinator Zuidwest (PCZW). Het is aan de PCZW om een link te zijn tussen de vraag vanuit de regio en het aanbod van de zorgaanbieders voor JeugdzorgPlus.
Iedere aanvraag voor een behandelplek in de JeugdzorgPlus binnen de regio gaat langs het bureau van de PCZW. Dit maakt dat we een goed beeld hebben over wat er binnen de regio, binnen het zorglandschap speelt.

Met dit schrijven zullen we u een beeld schetsen van de bewegingen binnen de JeugdzorgPlus over het afgelopen jaar.

Per 1 april 2025 konden kinderen niet meer worden aangemeld bij de gesloten groepen van ’t Anker (in Harreveld) en Bergse Bos (in Rotterdam) van iHub. Een uitzondering betreft kinderen uit de regio Rotterdam Rijnmond, die nog wel kunnen worden aangemeld bij Bergse Bos. Uit dit artikel blijkt dat één van de effecten is dat bij een nagenoeg gelijk gebleven aantal aanmeldingen (-2), er een toename (+22) van jeugdigen is die bij Schakenbosch in zorg gekomen zijn. Ook is er sprake van een stijging van het aantal jeugdigen dat buiten de regio terecht gekomen is (+4). iHub Rijnhove heeft voorzien in het meiden specifieke zorgaanbod, maar laat een afname van het aantal plaatsingen zien (-7).

Dat 16% van de aangemelde jeugdigen niet in de eigen regio terecht kon, staat op gespannen voet met één van de uitgangspunten van de transitie in de (gesloten) jeugdhulp: “geen kind de regio uit”. Tevens is er een toename van aanmeldingen die worden ingetrokken (+7). Een deel van deze intrekkingen hangt samen met de afwijzing door de JZ+-aanbieders, waardoor de jeugdige niet kan worden geplaatst.

Dit heeft betrekking op jeugdigen die bij aanmelding:

  • een hoog forensisch profiel (HFP) hebben en voor wie alternatieven ontbreken
  • een gemiddelde intelligentie hebben, terwijl de plekken voor deze jeugdigen schaars zijn
  • kampen met verslavingsproblemen, waardoor de medische risico’s groot zijn en waarbij een structurele samenwerking tussen JeugdzorgPlus en verslavingszorg ontbreekt
  • voor de tweede keer of vaker worden aangemeld, terwijl de mogelijkheden van de JeugdzorgPlus uitgeput zijn gebleken. Hierbij was bijvoorbeeld sprake van weglopen, gebrek aan een ingang voor behandeling en te weinig onderling vertrouwen

De slotsom is dat het aantal aangemelde jeugdigen dat niet in de eigen regio of helemaal niet opgenomen wordt in de JeugdzorgPlus aan het toenemen is.

Botsende logica’s

Het merendeel van de aanmeldingen voor JeugdzorgPlus wordt naar tevredenheid afgerond. Echter daarnaast is zichtbaar dat er vaker dan voorheen sprake is van een tweedeling in visie tussen die van de verwijzers enerzijds en de zorgaanbieders voor JeugdzorgPlus anderzijds. Hierbij wordt de visie van de zorgaanbieders steeds meer ingegeven door de behandelvisie, de visie van de jeugdhulpregio, het normenkader en de wet- en regelgeving. En de visie van de verwijzer wordt sterker geleid door het gevoel van verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de jeugdige en de omgeving.

Vanuit de behandelvisie stellen zorgaanbieders voor JeugdzorgPlus de voorwaarde dat er bij de aanmelding van de jeugdige een verklarende analyse aanwezig is. Echter, deze ontbreekt vaak of is incompleet. Bij aanmelding mist dan een gedeelde visie op de vraag wat er aan de hand is en hoe het perspectief van de jeugdige er uit ziet. Met als gevolg dat onvoldoende of niet duidelijk is wat er met de plaatsing in de JZ+ wordt beoogd. Dit belang wordt door de verwijzer wel erkend, maar botst met de situatie waarin de onveiligheid van de jeugdige te groot is en er geen andere mogelijkheden zijn om deze te verbeteren. Immers vanuit de nood om de veiligheid van de jeugdige te herstellen, wordt snel en voortvarend handelen noodzakelijk geacht. Zeker wanneer de kinderrechter een machtiging verleend heeft voor het verblijf in de JeugdzorgPlus, staat de verwijzer er op dat deze plek ook beschikbaar komt. Bij een toenemend aantal aanmeldingen is deze botsing tussen enerzijds de verwachtingen van de verwijzer en anderzijds de mogelijkheden van de zorgaanbieders voor JeugdzorgPlus zichtbaar.

In het afgelopen jaar is, vergeleken met de jaren hiervoor, de acceptatieplicht van de JeugdzorgPlus minder absoluut geworden. Tegenover de verwachting van de verwijzer dat de jeugdige een plek aangeboden krijgt wanneer de kinderrechter een (spoed)machtiging heeft verleend, neemt de JeugdzorgPlus-aanbieder vaker dan voorheen de onderbouwde beslissing om dit niet te doen. Dit gebeurt nog steeds bij de minderheid van de aanmeldingen.

In dergelijke situaties is naast de onduidelijkheid over de status van de door de kinderrechter verleende machtiging, ook de uitvoering van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor een dekkend zorgaanbod voor jeugdhulp in het geding. Dit gaat onder anderen over de vraag hoe de verantwoordelijkheden van de contractgever en -nemer in de contracten staan verwoord en de verplichtingen die dit met zich meebrengt.

Meervoudig beeld

In het Bovenregionale Plan derde actualisatie 2024 (hierna: BRP) is met het oog op de sluiting van ’t Anker, de capaciteit van de JeugdzorgPlus op Schakenbosch tijdelijk vergroot (+12) naar 84 plekken. De capaciteit van iHub Rijnhove zou volgens het BRP 18 plekken bedragen waardoor er in totaal 102 plekken beschikbaar waren per 1 april 2025. In 2025 kon voor de 148 geplaatste jeugdigen in de JeugdzorgPlus niet volledig gebruik gemaakt worden van deze capaciteit van 102 plekken per 1 april 2025.

Schakenbosch beschikte in 2025 over een capaciteit van 72 plekken (4 groepen van 6 voor jeugdigen met een gemiddelde intelligentie en 8 groepen van 6 voor jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking). In de loop van augustus is ten gevolge van een calamiteit, het aantal plekken op Schakenbosch teruggebracht naar 66 (afname van 1 groep voor gemiddeld intelligente jongeren). Dit betrof een tijdelijke maatregel, maar op deze groep is in 2025 niet meer geplaatst.

Op Rijnhove was ten gevolge van krapte in de personele bezetting, kwaliteits- en veiligheidseisen en het samenvoegen van twee groepen aan het einde van het jaar, de capaciteit gedurende 2025 niet volledig beschikbaar.

Hierdoor ontstaat de vraag of de afbouw van plekken, die toch al sneller gaat dan gedacht, in werkelijkheid niet nog sneller gaat dan op het eerste gezicht beoogd werd. Het motto van de transitie (van opbouw van alternatieven naar afbouw van plekken in de JeugdzorgPlus) lijkt naar de achtergrond te verschuiven. Hierbij is het de vraag of de verwijzer over voldoende passend en kwalitatief zorgaanbod kan beschikken om de taak en verantwoordelijkheid, passend bij diens rol, naar behoren te kunnen vervullen. Oftewel: om te doen wat nodig is voor de jeugdige en waarbij de jeugdige de zorg krijgt en ervaart die nodig is.

Doordat op sommige momenten niet (per direct) in de JeugdzorgPlus plek beschikbaar was – met name voor jeugdigen met een gemiddelde intelligentie – wordt vaker de keuze gemaakt om af te zien van het indienen van een spoedverzoekschrift. Enerzijds omdat er geen plek beschikbaar is en de verwachting is dat de kinderrechter het verzoek om die reden zal afwijzen. Anderzijds omdat de jeugdige toch niet meteen terecht kan, terwijl dat wel de verwachting en bedoeling van de verwijzer is. De daling van het aantal spoedmachtigingen (-12%) zoals die in deze verslaglegging naar voren komt, lijkt hiermee samen te hangen. In situaties waarin er geen plek beschikbaar was, werd afgezien van het indienen van een spoedverzoek. In plaats daarvan werd gekozen voor een regulier verzoek met daarbij de aanvullende vraag om het met voorrang in te plannen voor behandeling ter zitting (binnen 14 dagen).

Cijfermatige analyse van de plaatsingen

In 2025 zijn er 148 jeugdigen terecht gekomen op een plek in de JeugdzorgPlus, exclusief overplaatsingen. In 2024 waren dit 150 plaatsingen. Er is dit jaar geen sprake van een noemenswaardige afname zoals in voorgaande jaren. De nieuwe plaatsingen beslaan nog steeds het grootste gedeelte van het totale aantal plaatsingen, al is dit aandeel ten opzichte van vorig jaar wel gedaald van 66% in 2024 naar 53% in 2025. Het gemiddeld aantal plaatsingen per kwartaal is dit jaar 37, vorig jaar was dit 38 (afgerond van 37,5). Het aantal plaatsingen buiten kantoortijd is wederom sterk afgenomen: van 19 in 2023, 11 in 2024, naar 5 in 2025. Ten opzichte van 2024 is dit een afname van 55%.

Zoals in eerdere kwartaalrapportage reeds benoemd is, is er een blijvende stijging zichtbaar in het aantal geplaatste meisjes ten opzichte van jongens. In figuur 12 is deze stijging sinds 2023 over de jaren heen goed zichtbaar. Een andere opvallende, zichtbare verandering is de afname van urgente plaatsingen, met over 2025 een gelijke verdeling van urgente en reguliere plaatsingen (50/50, figuur 3). Een verklaring voor de daling van het aantal urgente plaatsingen kan deels gezocht worden in de soms ontbrekende capaciteit; bij gebrek aan een passende plek ziet men af van het indienen van een spoedverzoek.

In het vierde kwartaal van 2025 is er een opvallend laag aantal plaatsingen. Een verklaring hiervoor kan het gebrek aan plekken zijn voor jeugdigen met een (boven)gemiddelde intelligentie. Dit is mede het gevolg van incidenten bij iHub locatie Alphen aan den Rijn en de tijdelijke, voor verbouwing noodzakelijke sluiting van een groep voor jeugdigen met een gemiddelde intelligentie bij Schakenbosch.

Wat verder opvalt, is de stijging in het aantal ingetrokken aanmeldingen: in 2024 waren dit er 14, dit jaar zijn het er 21. Het betreft hier zowel intrekking door de aanmelder als afwijzing door de zorgaanbieder. Een verklaring hiervoor is een veranderend werkveld waarin aanmeldingen voor de JeugdzorgPlus vaker afgewezen worden. Aan de afwijzingen liggen verschillende redenen ten grondslag. Zo is in de Jeugdwet artikel 6 gewijzigd, waarin de bepalingen zijn opgenomen over de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen. Ook werken zorgaanbieders vanuit een andere werkwijze en visie, waarbij minder vanuit repressie en meer vanuit de relatie gewerkt wordt. Tevens worden aanmeldingen afgewezen in verband met ontbrekende plannen of informatie (denk aan de verklarende analyse of het gebrek aan een visie op het perspectief). Ook is een aantal vormen van zorgaanbod niet meer beschikbaar door de sluiting van de locatie ’t Anker in Harreveld, zoals de ZIKOS-groepen voor jeugdigen met ernstige GGZ-problematiek en de groepen voor jeugdigen met een hoog forensisch profiel.

Hiernaast is het aandeel van de hernieuwde plaatsingen na onttrekking gestegen; van 25% van het totaal in 2024 naar 41% dit jaar. Dit past eveneens bij de jeugdwetswijziging op het gebied van vrijheidsbeperkende middelen en maatregelen en bij het werken vanuit relatie in plaats van repressie, zoals reeds benoemd in de eerdere rapportages dit jaar. Het gevolg van deze wijzigingen is dat jeugdigen de instelling makkelijker kunnen verlaten, en dat ook doen. Het aantal overplaatsingen is licht afgenomen; van 14 in 2024 naar 9 in 2025. Dit kan onder anderen het gevolg zijn van de sluiting van ’t Anker, waardoor er minder overplaatsingsmogelijkheden zijn binnen het landsdeel. Redenen voor overplaatsingen zijn bijvoorbeeld dat de jeugdige kan terugkeren naar de regio van herkomst, dat er een beter passende plek beschikbaar is, de sluiting van ’t Anker en dat er sprake is van een vervolgstap in het traject.

In 2025 zijn er 11 buiten regionale plaatsingen geweest ten opzichte van 7 in 2024; een behoorlijke toename van 57%. Gronden voor plaatsingen buiten de regio en het ingekochte JeugdzorgPlus-aanbod waren: geen passende plek, capaciteitsgebrek; afwijzing iHub/Schakenbosch; inhoudelijke gronden, gespecialiseerd JZ+ aanbod.

Wil je meer weten en lezen?

Selecteer hieronder een onderwerp.

Voorwoord

Dit jaarverslag toont onze inzet voor kwetsbare jongeren en gezinnen in 2025.

Wie we zijn als team

Het Expertiseteam Complexe Zorg is een onafhankelijk team voor complexe jeugdzorgvragen.

Regionale Experttafel Holland Rijnland

De regionale experttafel Holland Rijnland sluit 2025 af met hoopvolle vooruitzichten voor 2026.

Ontwikkelingen ECCJ in 2025

Per 1 januari 2025 startte het Expertisenetwerk Complexe Casuïstiek Jeugd in regio Midden-Holland.

Experttafel Haaglanden

Het jaar 2025 is een bewogen jaar voor de Experttafel Haaglanden geweest.

Zorglogistiek Haaglanden

Passende zorg, of beter gezegd zorg passend maken, is de belangrijkste taak van Zorglogistiek.

Zorgbemiddeling Haaglanden

De zorgbemiddelaar is als het ware de voordeur van het Expertiseteam Complexe Zorg.

Coördinatie JeugdzorgPlus in 2025

Jeugdzorg Nederland heeft voor de JeugdzorgPlus het land opgedeeld in vijf regio’s.

Plaatsingscoördinator regio Zuidwest

De PCZW verbindt de regionale vraag met het aanbod van JeugdzorgPlus.