Ontwikkelingen Expertisenetwerk Complexe Casuïstiek Jeugd in 2025

Per 1 januari 2025 is het Expertisenetwerk Complexe Casuïstiek Jeugd (ECCJ) operationeel in de jeugdhulpregio Midden-Holland. Dit is een samenwerkingsverband tussen 11 hoog specialistische zorgaanbieders, de gemeenten en enkele medewerkers van het Expertiseteam Complexe Zorg (ECZ). Het Expertiseteam is in dit netwerk vertegenwoordigd via de functies van voorzitter en zorgbemiddelaar. Zij nemen de aanmelding in ontvangst, bereiden het overleg waarin deze wordt besproken voor en het overleg wordt voorgezeten door de voorzitter. Ook na het overleg wordt ondersteuning geboden door de zorgbemiddelaar. Volgens de nieuwe werkafspraken werken na de bespreking de casusregisseur en de procesregisseur samen met het gezin en de zorgaanbieders een plan uit waar het gezin mee verder kan.

Medio oktober 2025 is door de GRJW, de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en WMO Midden-Holland, vastgesteld dat men het belangrijk vindt om alle werkzaamheden van het ECCJ in eigen beheer uit te voeren. Hierbij is besloten dat de samenwerking met het Expertiseteam Complexe Zorg per 1 januari 2026 beëindigd wordt. In goed overleg zijn de werkzaamheden vanuit het Expertiseteam in de laatste maanden van 2025 overgedragen aan de functionarissen die hiervoor zijn aangesteld vanuit de regio.

Het ECZ blikt terug op een bijzondere en waardevolle tijd. We hebben altijd met veel plezier en ambitie onze werkzaamheden uitgevoerd. Hierbij hebben we de Experttafel opgezet en ontwikkeld, samen met de ketenpartners in verbondenheid de moeilijkste vraagstukken besproken en hiervoor hebben we in gezamenlijkheid de verantwoordelijkheid gedragen. Het was een voorrecht om te mogen werken met de meest kundige en fijne tafelleden. We danken dan ook iedereen in Midden-Holland voor deze mooie tijd. Dankzij onze bovenregionale samenwerking blijven we in nauw contact met de nieuwe voorzitters en volgen we de ontwikkelingen met belangsteling.

In onderliggend schrijven wordt met name teruggeblikt op de inzet van het Expertiseteam binnen het ECCJ in het jaar 2025. In onderstaande tabel staan ook de laatste twee kwartalen van 2024 vermeld. Dit betreft aanmeldingen die toen gedaan zijn en waarbij in 2025 nog actieve betrokkenheid was vanuit het ECCJ. In de overige tabellen zijn totale aantallen geregistreerd: van de laatste twee kwartalen van 2024 én van 2025.

Analyse ECCJ MH 2025

Dit analyseverslag geeft gemeenten inzicht in de aanmeldingen en uitkomsten binnen het ECCJ MH over het jaar 2025. Het verslag ondersteunt beleidsmatige sturing, monitoring en regionale samenwerking.

1. Omvang en herkomst van aanmeldingen

In2025 zijn in totaal 10 jeugdigen aangemeld bij het ECCJ MH. De meeste aanmeldingen zijn afkomstig uit de gemeenten Gouda en Krimpenerwaard. Dit kan wijzen op een hogere zorgvraag of een sterkere benutting van het expertisecentrum binnen deze gemeenten.

2. Spreiding over het jaar

De aanmeldingen concentreren zich in het eerste halfjaar van 2025, met een duidelijke piek in het eerste kwartaal. In het derde kwartaal zijn geen aanmeldingen geregistreerd. In deze periode werd duidelijk dat de taken van het Expertiseteam Complexe Zorg enkele maanden later zouden worden overgenomen door de GRJW Midden-Holland. Daarom is sindsdien meer geïnvesteerd in de overdracht van de lopende werkzaamheden dan nieuwe aanmeldingen.

3. Inhoudelijke duiding van aanvragen

De meeste aanvragen zijn gericht op meedenken in perspectief en het uitzetten van passende vervolgstappen. Dit bevestigt de rol van ECCJ MH als inhoudelijk expertisecentrum bij complexe besluitvorming.

4. Verblijfssituatie en zorgzwaarte

Een deel van de jeugdigen verblijft nog thuis of in het eigen netwerk, terwijl anderen al gebruik maken van residentiële of gesloten vormen van jeugdzorg. Dit onderstreept de diversiteit en complexiteit van de doelgroep.

5. Conclusies en aandachtspunten voor gemeenten

  • Versterk de regionale samenwerking en kennisdeling rondom complexe casuïstiek.
  • Monitor doorlooptijden van aanvragen die nog in behandeling zijn.
  • Besteed aandacht aan het aandeel van niet-gecontracteerde zorg in relatie tot de kosten en beschikbaarheid.
  • Analyseer verschillen in instroom tussen gemeenten en versterk waar nodig de toegang tot het ECCJ MH.

Kanttekening cijfers

Er zijn in het vierde kwartaal van 2025 twee aanmeldingen gedaan die ook te zien zijn in de grafieken. Deze zouden ook in 2025 besproken worden. Echter de GR JW heeft ervoor gekozen om deze besprekingen te annuleren en in het eerste kwartaal van 2026 in te plannen. Het ECZ heeft deze aanvragen dus wel als aanmelding ontvangen maar niet inhoudelijk besproken. Beide aanmeldingen waren gedaan vanuit Jeugdbescherming west Midden-Holland. In het derde kwartaal heeft er een vooroverleg plaatsgevonden inzake een mogelijke aanmelding. Dit is echter uiteindelijk geen officiële aanmelding geworden.

Gesignaleerde relevante trends, ontwikkelingen en dilemma’s aan tafel

De meeste aanvragen zijn ingediend vanuit de lokale teams van de gemeenten uit de jeugdhulpregio. Hierbij valt op dat er tussen de gemeenten verschillen bestaan over de vraag wat tot de taken van een jeugdconsulent behoort en wat niet. Waar bij het ene jeugdteam de nadruk ligt op het voeren van regie, is bij het andere jeugdteam zichtbaar dat er ook hulp geboden wordt vanuit het team zelf. Hierdoor is het steeds de vraag wat een gezin kan verwachten van het lokale team en hoe de samenwerking tussen de betrokken hulpverleners vormgegeven wordt.

Het gevolg van deze verschillen is ook dat de jeugdconsulent in wisselende mate een beeld heeft van de situatie van het gezin. De ene jeugdconsulent weet precies wat er gaande is in een gezin, wat de vragen van de gezinsleden zijn en hoe de hulpverlening verloopt. De andere jeugdconsulent kan meer informatie geven over de vraag voor welke hulp een verwijzing is afgegeven, hoe de hulpverlening op elkaar is afgestemd en tot wanneer deze hulp ingezet kan worden. Het lijkt een open deur door te zeggen dat het essentieel is dat de verwijzer goed op de hoogte is van wat er gaande is in een gezin; zowel inhoudelijk als wat betreft de processen. Toch leert de ervaring dat dit niet vanzelfsprekend is, en dat dit kan leiden tot moeizame samenwerkingen, onduidelijkheden over rollen en verwachtingen en incomplete beeldvorming. Hierbij ontstaat het beeld dat er naast onduidelijkheid vaak sprake is van een te hoge werkdruk bij onder anderen lokale teams, waardoor medewerkers structureel te weinig tijd hebben voor hun werkzaamheden.

De vragen op het gebied van verblijfszorg voor kinderen met een meervoudige en/of intensieve zorgbehoefte, blijven moeilijk te beantwoorden. De zorgaanbieders die aangesloten zijn bij het ECCJ, zouden hier in principe in moeten voorzien. Echter naast de wachtlijsten die er altijd zijn bij verblijfszorg, is het voor zorgaanbieders niet altijd mogelijk om het aanbod zodanig aan te passen dat het aansluit bij de vraag van de jeugdige. Hiervan is sprake als het kind kampt met een combinatie van problemen die als geheel een weinig voorkomend beeld vormen. Het aanpassen van bestaande zorg aan individuele vragen is niet zo eenvoudig als het lijkt. Ook is dit vaak kostbaar en bovendien zijn hier vaak niet voldoende medewerkers voor beschikbaar.

Nieuwe, kleine zorgaanbieders springen in het gat van ontbrekend zorgaanbod voor verblijf. Hierbij worden mooie, veelbelovende initiatieven opgezet. Helaas leert de praktijk ons dat het resultaat vaak wisselend is wat betreft duurzaamheid en kwaliteit. Dit kan leiden tot een acute situatie waarin het kind weg moet van de locatie en wederom niet weet waar hij of zij terecht komt. Ook geven kleine zorgaanbieders regelmatig aan dat zij de zorg toch niet kunnen dragen, juist omdat ze als kleine organisatie niet voldoende achterwacht hebben.

Al met al is het, zoals ook in het halfjaarverslag van 2025 beschreven is, niet eenvoudig om te voorzien in de vragen die gesteld worden aan het ECCJ. Dit lijkt meer een gevolg te zijn van krapte in capaciteit, medewerkers en financiële middelen dan een gevolg van de vernieuwingen die zijn doorgevoerd.

Van vastgelopen zorg naar een nieuw perspectief

Een casus over verslavingsproblematiek, samenwerking en het vinden van een passend woontraject

Joey is een 17-jarige jongen die sinds twee jaar onder toezicht staat van Jeugdbescherming West. Er is sprake van aanhoudende problemen op het gebied van middelengebruik en een beperkte mate van zelfredzaamheid. Het lukt Joey niet om structuur vast te houden in het dagelijks leven en hij onttrekt zich regelmatig aan afspraken en begeleiding. Door de combinatie van verslavingsproblematiek en gedragsproblemen geven meerdere zorgaanbieders aan geen passend aanbod te kunnen doen. Iedereen wijst naar elkaar voor de oplossing.

Hierdoor ontstaat een impasse in het vinden van een duurzaam woonperspectief. De jeugdbeschermer brengt de casus in bij het ECCJ met de vraag om mee te denken over een passend woon- en zorgperspectief voor Joey. In gezamenlijk overleg wordt besloten om eerst in te zetten op een intensieve aanpak van de verslavingsproblematiek. Er wordt gekozen voor een 10-weekse klinische opname gericht op middelengebruik. Aansluitend kan Joey alsnog zijn intrek nemen bij een leefgroep die in eerste instantie Joey heeft afgewezen. Door de bespreking bij het ECCJ durft de leefgroep de plaatsing aan, mits de verslaving voorafgaand aan zijn komst voldoende is behandeld en er duidelijke vervolgafspraken worden gemaakt.

Zorgbemiddeling Midden Holland - Analyse zorgbemiddelingsvragen 2025

Deze analyse is gebaseerd op een overzicht van 112 registraties van vragen, casussen en acties waarbij de zorgbemiddelaar betrokken is geweest. De inhoud laat een breed palet zien aan hulpvragen, variërend van acute crisissituaties tot langdurige perspectiefvraagstukken en inkoop- en financieringsvraagstukken.

1. Aard van de vragen

Een groot deel van de vragen betreft het zoeken naar passende woon- en verblijfsvormen, zoals gezinshuizen, pleegzorg, leefgroepen en crisisplekken. Met name voor jeugdigen met complexe problematiek – waaronder autisme, gedragsproblemen, verslaving, een (lichte) verstandelijke beperking, trauma en systeemproblematiek – blijkt het aanbod schaars. Regelmatig wordt benoemd dat gecontracteerde aanbieders geen plek hebben of afwijzen.

2. Crisis en spoed

In meerdere situaties is sprake van acute crisis, waarbij snel een plek nodig is voor jeugdigen tussen de 12 en 17 jaar. Deze crisissituaties vragen intensieve afstemming met aanbieders, gemeenten en jeugdbescherming. De analyse laat zien dat crisisplekken vaak buiten de regio moeten worden gezocht, bijvoorbeeld vanwege veiligheid, eer gerelateerde problematiek of gebrek aan lokaal aanbod.

3. Perspectief na opname of detentie

Een terugkerend thema is het ontbreken van een perspectief biedende vervolgplek na klinische opname, detentie of gesloten jeugdzorg. Na afloop van een behandeltraject bij de GGZ of een detentie is passende vervolgzorg nog niet altijd georganiseerd. Dit vergroot het risico op terugval en verlengt de verblijfsduur in tijdelijke voorzieningen.

4. Niet-gecontracteerde zorg en URC (uitzondering raamcontract)

Een substantieel deel van de casuïstiek betreft plaatsingen of trajecten bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders. Dit leidt regelmatig tot vragen over URC-aanvragen, mandaat, productcodes en financiering. De noodzaak tot maatwerkcontracten en verlengingen komt vaak terug, evenals onduidelijkheid over verantwoordelijkheden tussen gemeente, contractbeheer en verwijzers.

5. Inkoop en financiering

Naast inhoudelijke zorgvragen zijn er veel vragen op het gebied van inkoop en financiering. Voorbeelden zijn onduidelijkheid over WLZ-bijdragen, meerzorg, kosten van crisisplaatsingen en het ontbreken of verlopen van beschikkingen. Dit vraagt veel afstemming en vertraagt soms het realiseren van passende hulp.

6. Advies- en consultfunctie zorgbemiddelaar

De analyse onderstreept de belangrijke rol van de zorgbemiddelaar als advies- en consultatiepunt. Veel vragen zijn expliciet gericht op meedenken in proces, perspectief en vervolgstappen, bijvoorbeeld bij vastgelopen trajecten of wanneer verwijzers geen passend aanbod meer zien. De zorgbemiddelaar fungeert hierbij als verbindende schakel tussen gemeenten, aanbieders en jeugdbescherming.

Kanttekening

Per 26 augustus 2025 wordt duidelijk dat de GR JW het contract met ECZ zal ontbinden en zij Zorgbemiddeling en ECCJ in eigen beheer zullen nemen. Dit loopt samen met een significante daling van het aantal zorgbemiddelingsvragen en ECCJ-aanmeldingen. De aanleiding voor deze daling is onbekend en is niet verder onderzocht, aangezien de GR JW de werkzaamheden zal overnemen. Het vierde kwartaal heeft in het teken gestaan van gesprekken in het kader van de overdracht.

In het derde kwartaal wordt slechts één vooroverleg gepland in het kader van een mogelijke ECCJ-aanmelding. Deze aanmelding komt uiteindelijk pas in het vierde kwartaal en zal in januari 2026 worden opgepakt door de GR JW.

Analyse

In totaal zijn 112 meldingen geanalyseerd. De verdeling laat zien dat de hulpvraag sterk wordt gedomineerd door adviesvragen en zorgtoegang, hetgeen aansluit bij de kern van Zorgbemiddeling.

De grootste categorie is “Vraag om advies” met 29,5% van alle meldingen. Dit wijst op een duidelijke behoefte aan laagdrempelige ondersteuning, duiding en wegwijs maken binnen het zorglandschap. Direct hierop volgt “Niet-gecontracteerde zorg” (23,2%), wat duidt op structurele knelpunten in het beschikbare of gecontracteerde zorgaanbod.

Residentiële zorg vormt met 14,3% de derde grootste categorie. In combinatie met crisis-meldingen (5,4%) en uitwijken vanwege geen passend aanbod (5,4%) ontstaat het beeld dat passende zorg niet altijd tijdig of binnen het reguliere aanbod beschikbaar is.

Financiële vragen maken 6,2% van de meldingen uit en vormen daarmee een relevante, maar secundaire problematiek. Overige vormen van zorg, zoals gezinshuis/pleegzorg, ambulante zorg, GGZ, dagbesteding en logeren, komen relatief weinig voor en hebben gezamenlijk een beperkt aandeel.

Conclusie

De data laten zien dat de nadruk ligt op advies en toeleiding in plaats van directe zorglevering. Daarnaast is er sprake van knelpunten in aanbod en vragen over contracten, met name bij niet-gecontracteerde en residentiële zorg. Preventieve en informatieve ondersteuning kan mogelijk bijdragen aan het verminderen van escalaties richting crisis en residentiële trajecten.

Aandachtspunten voor beleid

  • Versterken van advies- en triagecapaciteit.
  • Herziening of uitbreiding van het gecontracteerde zorgaanbod.
  • Verkennen van alternatieven voor residentiële zorg om uitwijk en crisis te beperken.

Wil je meer weten en lezen?

Selecteer hieronder een onderwerp.

Voorwoord

Dit jaarverslag toont onze inzet voor kwetsbare jongeren en gezinnen in 2025.

Wie we zijn als team

Het Expertiseteam Complexe Zorg is een onafhankelijk team voor complexe jeugdzorgvragen.

Regionale Experttafel Holland Rijnland

De regionale experttafel Holland Rijnland sluit 2025 af met hoopvolle vooruitzichten voor 2026.

Ontwikkelingen ECCJ in 2025

Per 1 januari 2025 startte het Expertisenetwerk Complexe Casuïstiek Jeugd in regio Midden-Holland.

Experttafel Haaglanden

Het jaar 2025 is een bewogen jaar voor de Experttafel Haaglanden geweest.

Zorglogistiek Haaglanden

Passende zorg, of beter gezegd zorg passend maken, is de belangrijkste taak van Zorglogistiek.

Zorgbemiddeling Haaglanden

De zorgbemiddelaar is als het ware de voordeur van het Expertiseteam Complexe Zorg.

Coördinatie JeugdzorgPlus in 2025

Jeugdzorg Nederland heeft voor de JeugdzorgPlus het land opgedeeld in vijf regio’s.

Plaatsingscoördinator regio Zuidwest

De PCZW verbindt de regionale vraag met het aanbod van JeugdzorgPlus.